Het lijkt even naar de achtergrond te zijn verdwenen, maar niets is minder waar. De Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) wordt naar verluidt in 2026 nog inhoudelijk behandeld in de Tweede Kamer. Dit omvangrijke wetsvoorstel moet ervoor zorgen dat zelfstandigen beter beschermd zijn tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. Hoewel de regeling vaak wordt omschreven als een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers, geldt de wet niet voor alleen voor hen, maar ook voor andere groepen zelfstandigen.
De BAZ introduceert een verplichte basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor een grote groep zelfstandigen en was onderdeel van het pensioenakkoord in 2019. De zelfstandigen, die arbeidsongeschikt raken, kunnen na een wachttijd van twee jaar terugvallen op een publiek vangnet dat wordt uitgevoerd door het UWV.
Volgens het huidige wetsvoorstel bedraagt de uitkering maximaal 70% van het inkomen tot aan het minimumloon. Daarnaast geldt een wachttijd van twee jaar voordat aanspraak kan worden gemaakt op een uitkering. Intussen betalen zelfstandigen tot 171 euro bruto per maand mee aan de BAZ. Zelfstandigen die zich liever uitgebreider laten verzekeren, kunnen onder voorwaarden kiezen voor een private verzekering via een opt-outregeling. De voorwaarden zijn:
Let wel: alle IB-ondernemers betalen hoe dan ook mee aan het stelsel via een stabiliteitsbijdrage; dit staat dus los van de maandelijkse premie. De hoogte hiervan moet nog in de verdere uitwerking van het wetsvoorstel worden vastgesteld.
De BAZ richt zich op zelfstandigen die door de Belastingdienst worden aangemerkt als ondernemer voor de inkomstenbelasting, ook wel IB-ondernemers genoemd (tot aan de AOW-leeftijd). Omgerekend bijna 1,2 miljoen zelfstandigen.
Hieronder vallen onder meer:
De juridische ondernemingsvorm is daarbij niet doorslaggevend. De wet sluit aan bij het bestaande fiscale ondernemerschapsbegrip. Wie winst uit onderneming geniet voor de inkomstenbelasting, valt in beginsel onder de reikwijdte van de BAZ.

Het korte antwoord: nee. In het maatschappelijke debat worden de begrippen zzp’er, ondernemer en zelfstandige regelmatig door elkaar gebruikt. Het wetsvoorstel kiest echter nadrukkelijk voor een fiscale benadering. Daardoor vallen niet alle personen die zichzelf als zelfstandige beschouwen automatisch onder de regeling.
De centrale vraag is of sprake is van winst uit onderneming voor de inkomstenbelasting. Alleen dan kwalificeert iemand als IB-ondernemer en komt de BAZ in beeld. Let wel: dit geldt dus ook voor zelfstandigen MET personeel.
De zelfstandigen die niet worden geraakt, zijn onder andere:
Directeur-grootaandeelhouders (dga’s)
Deze groep verricht werkzaamheden via een BV en vallen niet onder de BAZ.
Resultaatgenieters
Personen die inkomsten ontvangen uit overige werkzaamheden vallen eveneens buiten de regeling. Denk bijvoorbeeld aan mensen die incidenteel opdrachten uitvoeren zonder dat sprake is van ondernemerschap voor de inkomstenbelasting.
Meewerkende partners
Partners die meewerken in een onderneming zonder zelf als ondernemer voor de inkomstenbelasting te worden aangemerkt, vallen eveneens buiten de reikwijdte van de BAZ.
De ene zelfstandige is de andere niet. Hoe zit het dus met de hybride werkenden die zowel in dienst zijn als ondernemen? De wet neemt deze groep ook in ogenschouw: om te voorkomen dat deze werkende dubbel verzekerd wordt voor hetzelfde arbeidsongeschiktheidsrisico, kent de BAZ een franchise (een aftrek op de premiegrondslag voor inkomen waarover al werknemerspremies worden betaald) op basis van WIA-verzekerd loon. Het loon waarover al werknemerspremies worden betaald, wordt meegenomen bij de berekening van de BAZ-premie. Afhankelijk van de hoogte van het loon uit dienstbetrekking kan de BAZ-premie daardoor lager uitvallen of zelfs vervallen.

Formeel gezien niet. Het wetsvoorstel is op 24 maart 2026 bij de Tweede Kamer ingediend, maar wacht nog verdere parlementaire behandeling. Dat betekent dat onderdelen van de regeling nog kunnen veranderen. In aanloop naar de parlementaire behandeling heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) op 13 mei tijdens een technische briefing meer tekst en uitleg gegeven aan de Kamercommissie SZW, gevolgd door tientallen vragen die door de Kamercommissie zijn ingediend op 27 mei.
Een aantal vragen verwijst onder meer naar het kritische advies van de Raad van State uit 2025. In dit advies wordt in het bijzonder aandacht gevraagd voor onder meer de uitvoerbaarheid van het voorstel en de samenloop met bestaande regelingen binnen het stelsel van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
Het wachten is nu op de beantwoording van de vragen door het kabinet. Pas na goedkeuring door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer ontstaat definitieve duidelijkheid over de inhoud van de wet en het moment van inwerkingtreding.
De beoogde invoeringsdatum ligt momenteel rond 2030. Dit is echter afhankelijk van de voortgang van het wetgevingstraject, de nieuwe uitvoerbaarheidstoetsen en de verdere behandeling in zowel de Tweede als Eerste Kamer. Zelfstandigen doen er daarom verstandig aan de ontwikkelingen rondom de BAZ nauwlettend te volgen, bijvoorbeeld via Striive of het kennisplatform ZiPconomy.
Omdat het wetsvoorstel nog niet definitief is vastgesteld, kunnen er nog wijzigingen en aanpassingen gedaan worden door de Tweede en Eerste Kamer. Wel geldt dat er in aanloop naar 2030 – net als in 2024 – wederom een uitvoeringstoets gedaan zal worden bij de Belastingdienst en UWV.
Vanuit Striive blijven we de ontwikkelingen rondom de BAZ op de voet volgen en duiden we wat deze betekenen voor jou als zelfstandig professional.